17 maart 2006

WORDT HET NOG LENTE ?


Wordt het nog lente ?
Natuur komt in 2006 traag op gang.
Het einde van de zogeheten voorlente, samenvallend rond de datum van onder meer de bloei van de gele kornoelje, wordt dit jaar pas 26 maart verwacht, 39 dagen later dan de afgelopen vijf jaar.
De start van de prille lente, die de voorlente opvolgt wordt volgens de verwachte bloeidatum van de bosanemoon, dit jaar pas op 10 april verwacht.
Dat is 18 dagen later dan voorgaande vijf jaar.
De verwachtingen in de natuur voor komende weken zijn terug te vinden op www.natuurkalender.nl.

De Nationale Boomfeestdag organisatie trekt zich niks van de late lente!
22 maart is het weer zo ver dan worden er overal in het land bomen geplant .
Kijk hoeveel bomen jouw gemeente dit jaar plant op www.boomfeestdag.nl
Sinds de start van de Boomfeestdag in 1957 zijn al ruim 10 miljoen bomen geplant.
Daarmee is naar schatting 120 miljoen kilogram CO2 opgenomen.
Dit jaar voor het eerst, reikt Stichting Nationale Boomfeestdag de CO2-Bomenprijs uit.
De prijs gaat naar de gemeente die de meeste CO2 per inwoner heeft vastgelegd door het planten van bomen op de Boomfeestdag. De eerste winnaar is de gemeente Veendam.
De gemeente Hilvarenbeek is tweede geworden en Dronten heeft een eervolle vermelding gekregen voor het planten van veel plantsoen.

Mijn voorstel aan de gemeente Rotterdam om 1 miljoen bomen te planten vindt men overdreven, volgens mijn berekeningen zijn 1 miljoen bomen nodig om de CO2 uitstoot in en rond Rotterdam te compenseren!
Op de site van Milieu Centraal www.milieucentraal staat een rekenmodel waarmee je zo kan uitrekenen hoeveel bomen jouw gemeente nodig heeft!

In mijn eigen tuin ga ik 3 heerlijk geurende lindebomen planten,
na 6 jaar hebben mijn lindebomen al 15 kg CO2 vastgelegd!

Maandag 20 maart om 19.26 staat de zon precies boven de evenaar
dan begint de lente.

01 maart 2006

scharrelkinderen

SCHARRELKINDEREN

Ophokplicht voor kippen lijkt verdomd veel op de ophokplicht voor onze kinderen!

Stadskinderen zitten te veel binnen en hebben te weinig gelegenheid eens lekker buiten te ravotten. Veel kinderen zitten van 9 tot 6 uur in de zelfde omgeving van het schoolgebouw. Tot 3 uur heet het de basisschool en na 3 uur begint de naschoolse opvang! Er moeten meer scharrelkinderen komen, kinderen die gewoon vrij buiten kunnen spelen!

Staatsbosbeheer pleit voor de aanleg van speelbossen in de buurt van steden, waar kinderen spelenderwijs de natuur leren kennen.
Kinderen in de binnensteden hebben volgens de natuurbeheerder vooral te maken met een geordende omgeving. Voetbalveldjes bijvoorbeeld zijn steeds vaker verhard. Een speelbos kan daar verandering in brengen. "Een speelbos is niet zomaar een bos, maar een avonturenbos. Kinderen kunnen er hutten bouwen, slootje springen en spannende spelletjes doen waar op straat geen ruimte voor is", aldus Staatsbosbeheer op de conferentie 'Steden en rijk: groene partners' onlangs gehouden in Utrecht.
Ook het onderzoeksinstituut Alterra en het Centraal Bureau voor de Statistiek constateert dat de meeste stadskinderen zelden of nooit in de natuur en/of buiten komen.
Een soortgelijk onderzoek werd ook gedaan door de
Gezondheidsraad en de Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek, zij brachten het rapport uit ’Natuur en gezondheid. Invloed van natuur op sociaal, psychisch en lichamelijk welbevinden‘, waarin het belang van natuur en het buiten zijn wordt onderstreept voor de gezondheid van kinderen.
Onlangs drongen zelfs kamerleden er bij de minister van landbouw, natuur en voedselveiligheid op aan dat kinderen meer natuurles krijgen en zelf ook meer in de natuur moeten komen

De Amerikaanse journalist Richard Louv beschrijft ook in zijn bestseller,
‘Last child in the woods, saving our childeren from nature-deficit disorder’, hoe belangrijk het is voor kinderen om contact te hebben met ‘groen’. Louv waarschuwt voor de teloorgang van het ‘scharrelkind’, het kind dat na school vrij buiten speelt tot het donker wordt!
Louv beweert dat natuur onontbeerlijk is voor een gezonde lichamelijke en geestelijke opvoeding. Hij spreekt zelfs van een nature-deficit disorder (natuurdeficiëntiestoornis) met als symptomen concentratieproblemen, overgewicht, depressie en gebrek aan zingeving.


Het is niet zo dat jongeren geen interesse hebben voor de natuur. Sterker: 65 procent van de jongeren in Nederland maakt zich zorgen over het verdwijnen van natuur, blijkt uit recent onderzoek van Sanoma Uitgevers Young, Motivaction en Young Works.
Jonge mensen hebben meer aan positieve ervaringen en verwondering in de natuur dicht bij huis dan aan bezorgdheid over het broeikaseffect of de teloorgang van het Amazonegebied!
Eerstehands natuurervaringen leiden ook tot een persoonlijke band met de natuur en vergroten de kans dat je je verantwoordelijk voelt voor de wereld om je heen.
 

Tips van Louv voor een groenere opvoeding
Zoek het dicht bij huis. Een rommelig hoekje van de achtertuin of een braakliggend terreintje in de stad biedt een kind al heel wat uitdaging. Til maar eens een steen op om te kijken wat voor kleine beestjes eronder zitten. En wees vooral zelf enthousiast. Breng de natuur naar de stad. Maak met de kinderen een tuintje, desnoods op het dak, de stoep of het balkon. Trek erop uit. Maak (dag)tochtjes naar parken of natuurgebieden, ga vogels kijken of kamperen op een groene camping. Laat kinderen zich herinneren wat ze hebben gezien.

Richard Louv.
Last Child in the Woods: Saving Our Children from Nature-Deficit Disorder. Algonquin 2005.